Zoek dekking, onverlaten die niet tegen verzen kunnen. Deze week kunt u er niet aan ontsnappen. De VSB-poëzieprijs, de Herman de Coninckprijs, en donderdag landelijke Gedichtendag. Als u naar de boekwinkel gaat voor een Jeroen Meuske, krijgt u een poster aangesmeerd met een gedicht erop. Jasses! Dichters op de radio! Sonnetten in de bus! U bent gewaarschuwd.
Poëzie verkoopt voor geen meter, klagen uitgevers, boekhandelaars en uiteraard poëten zelf. Behalve Europees president Van Rompuy, want zijn haiku’s gedragen zich wél als warme broodjes. Maar het blijft een” zijbeukje van de rest van de literatuur” zegt Joke Van Leeuwen, meter van Gedichtendag, vanmorgen in Metro.
En toch. Dezer dagen is de ‘exposure’, om een lelijk woord te gebruiken, enorm. Nationale Gedichtendag, wat kun je nog meer verlangen? Een betaalde feestdag, welja, waarom niet. En natuurlijk moet op de dàg een wèèk en een jààr volgen. Elke dag rijmfeest. Een tip: op www.gedichtendag.com vindt u alternatieven voor uw ‘out-of-office’-boodschap op kantoor.
De leven, het liefde, het dood
Hoe je het ook wendt of keert: poëzie is voor fijnproevers. Massaproductie en –consumptie is daarmee in tegenspraak. Waarmee ik niet bedoel: poëzie is elitair. Ja, als dichters over zichzelf en hun vak beginnen - en dat doen ze vaak, ouwehoeren over de “ars poëtica”- dan volg ik niet meer. Dat is me te veel Narcissus.
Maar je kunt toch niet ontkennen dat gedichten laven en spijzen, dat mensen er naar grijpen (en ze zelf schrijven) als ze snakken naar iets diepers en tragers dan De Laatste Show? Denk aan de Grote Momenten en de Grote Thema’s, De leven, Het liefde en Het dood. Daar horen gedichten bij als nootmuskaat in de aardappelpuree.
En wat mij betreft, het liefst geserveerd in bedrieglijk eenvoudige verzen. Die zich nooit meteen helemaal blootgeven, maar wel in verschillende staties. Verzen die ik dan druppelsgewijs door mijn thee roer. Leest er iemand een bundel ooit van a tot z uit? In één ruk? Ik nooit.
Huisvlijt?
Nog tot woensdag loopt er een poëziewedstrijd op Cobra,de cultuurwebsite van de VRT, met hetzelfde thema als de grote Gedichtendag: stroom. Honderden gedichten, jahaa, strómen binnen, in die mate dat de server het even begaf. Wie dit afdoet als een hoop huisvlijt, heeft het bij het verkeerde eind. Er zit slappe soep bij, maar ook veel origineels en fris. Trouwens, ook op deze nieuwssite, deredactie, kunt u gedichten kwijt, over de actualiteit. Ik verwacht op zijn minst een gedicht dat volledig uit smileys en andere emoticons bestaat.
Niet zeuren, het gaat helemaal niet slecht met de dichtkunst. En dan moet de nieuwe cd van Leonard Cohen (77 jaar!) nog uitkomen, de 31ste januari. Eén van de grootste dichters van deze tijd.
Who by fire? Who by water? Who in the sunshine? Who in the night time? Who by high ordeal? Who by common trial? Who in your merry, merry month of May? Who by very slow decay? And who shall I say is calling?
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






24/01/2012 om 02:58
Leonard Cohen, inderdaad een van dé grootste dichters van de 20ste eeuw, daaraan gerelateerd wil ik graag de volgende vraag stellen; waarom is er op Nationale Gedichtendag hier in Vlaanderen zo weinig aandacht voor anderstalige poëten?
25/01/2012 om 16:16
De Franse schrijver en filosoof Edouard Schuré (1841-1929), o.m. bekend door zijn biografisch werk over de Grote Ingewijden, verwijst naar de Fenicische wortels van het woord “poëzie”: phoë/phoneem (klank) en shish/godentrilling (godentaal). Daarmee sluit Schuré aan bij de hoge criteria die aan de “Schone” Kunsten van oudsher werden opgelegd. Vanuit deze criteria werd in alle eeuwen verheven poëzie geschreven. Kabir, Tsjwang-Tze, Dante, Shakespeare, Vondel, Poesjkin, Multatuli, Tagore en andere grote dichters trotseerden de tijd en staan tot op heden als rotsen overeind. Zij waren “dichter” bij de gratie Gods, de bron van onze schepping. Evenals alle grote componisten kenden zij de wetten, de geheimen en de psychologie van woorden, ritmen en klanken die vorm kregen in de mooiste versvoeten (anapest, arsis, dactylus, jambe, spondeus, trochee).
Daarnaast waren er ook steeds gelegenheidsdichters en amateurs die, zonder al deze wetenswaardigheden te kennen, de maatschappij toch wisten te vermaken met impulsieve woorden en klanken zonder structuur, ”witte gedichten” zoals de Russen zeggen. Ook zij hebben hun verdiensten, zelfs al is een kinderhand gauw gevuld…
Een geest van vervlakking waait echter over ons Avondland, waar mode-schrijvelaars zichzelf de hemel inprijzen zonder echte kennis van zaken. Hun eigengereide, gezochte pogingen komen slechts neer op “de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie” (Willem Kloos, 1859-1938), waardoor zij voor de lezer quasi onbereikbaar blijven. Zij zijn gericht op zichzelf en geven geen voeding aan de zoekende mens.
In hoever deze schrijvers een echte bijdrage leveren tot de ontwikkeling en de verheffing van de maatschappij zal de toekomst wel uitwijzen.