Soms is een mens mensen beu. Vind ik dieren interessanter en authentieker. Misschien word ik wel zo’n ouwe taart die negen straatkatten adopteert. Voor het zover is, mag ik graag aanschouwen wat er rondstapt, -sluipt, -kruipt en –vliegt in mijn lochting, op straat, in bos of park.
Muis
Op het eigen erf was de ster van de week de Stoutmoedige Compostmuis. Toen ik het deksel van het vat oplichtte zat hij triomfantelijk bovenop een berg verlepte sla, en maakte pas na enkele seconden een sierlijke sprong tussen mijn voeten, om daarna gezwind in de struiken weg te glippen. Het was een dikzak. Naar het schijnt is de droogte het nec plus ultra voor muizen, die zich nu in nog sneller tempo voortplanten.
Nog gespot: iets halfwegs. Half larve, half lieveheersbeestje. Hemelbeestje. Pimpampoentje. We hadden al roodzwart gestreepte larven, en ook kevers met stippen, nu dus ook een tussenstadium. Boeiend.
Hert
Vanop afstand stond ik in stomme bewondering voor het hertenkalfje dat wist te ontsnappen aan het inferno van de Kalmthoutse heide. Mijn lievelingsplek om des winters te gaan schaatsen ziet er verschrikkelijk uit. Hoeveel beesten konden zich niet snel genoeg uit de poten maken? De gladde slang is bedreigd, lees ik, het heideblauwtje en –groentje (vlinders) en ook de nachtzwaluw en de boomleeuwerik (vogels die nesten maken op de grond).
Ik herinner me een prentenboek toen ik kind was, waarin een meute dieren te vierklauwens wegrent uit een brandend bos: egels, konijnen, eekhoorns, tot everzwijnen toe. En omdat mijn associaties niet meer te stoppen zijn moet ik aan Bambi denken. En ook aan een meisje met een bijzonder opschrift op d’r t-shirt: “I killed Bambi’s Mom”.
Spin, bloedzuiger, kakkerlak
Groot was mijn vreugde van de week toen ik in de krant, na de treurige pagina’s over Di Rupo en Strauss-Kahn, een blad vol beesten zag. “De tien leukste nieuwe soorten”. Caerostris darwini: een spin die webben weeft die meren en rivieren overspannen. Zo uit Harry Potter weggekropen! Tyrannobdella Rex, de T-rex onder de bloedzuigers met acht grote tanden in zijn kleine bekje. De saltoblatella montistabularis: een kakkerlak die kan springen. Leeft op de Tafelberg in Kaapstad. Als hij er intussen niet is afgesprongen.
Duiker
Heel bijzonder is de philantomba walteri, een duiker, een klein antiloopje uit Afrika. Genoemd naar - want ontdekt door - de Belgische bioloog Walter Verheyen in 1968. Helaas gebeurde dat op een markt in Togo, want het vlees van de duiker blijkt succulent te zijn. Verheyen is overleden, maar zijn naam leeft voort in het schichtige dier dat niet groter is dan een forse kat.
Op de achterkant van de biologiebladzijde in de krant glijdt mijn blik over de overlijdensberichten. Ik tel er negen. Negen dode mensen, tien nieuwe soorten. Het komt nog goed met de biodiversiteit.






30/05/2011 om 16:53
Ook groot zou mijn bewondering zijn indien er Herten zouden zijn op de Kalmthoutse heide. Spijtig genoeg beperkt het verspreidingsgebied zich tot de wouden en bossen van de Ardennen. Hier, nogmaals, verwarring met het veel kleinere maar bijna overal in Vlaanderen voorkomend Reewild. (Als het een kalf betreft spreekt men van Reekits)