Lang duurde het niet voor Eugène Berode me in de smiezen had op de redactie. Ik begon te werken op het nieuws op 2 september 1991, en zijn eerste “interne mededeling” dateert van 30 september.
“Betreft: nieuws 27 september 17 uur. Niet: volgens hem moet de Waalse Raad zijn verantwoordelijkheid nemen (=prendre sa responsabilité), maar wel: zijn verantwoordelijkheid opnemen of op zich nemen”.
Lap, met afschrift aan m’n hoofdredacteur en de chef informatie. Ik weet niet eens of ik dat zelf had geschreven, maar ik zat wel achter de micro. Alleen de gesproken versie geldt, niet alleen bij speeches, maar ook voor het radionieuws. Ik had de boter gevreten, en niet voor het laatst.
Voor mij ligt een stapeltje van Berodes taalinterventies, de beruchte “blauwe brieven” op het soort carbonpapier-in-viervoud dat we indertijd zelf ook in de schrijfmachine (!) draaiden om nieuwsberichten te tikken. Eén exemplaar voor eindredacteur, presentator, technicus en archief, allemaal een verschillend kleurtje.
We sakkerden op elke brief, die via de binnenpost (bijna had ik buizenpost geschreven) werd bezorgd. Collega’s-die-het-altijd-beter-wisten deden onveranderlijk schamper over de oekazes van de negende verdieping. Maar ik heb de blauwe brieven nooit als proppen door het lokaal zien vliegen. Sterker nog: ik ben lang niet de enige die ze heeft bewaard.
Fouten van alle tijden
Blader eens mee door mijn persoonlijke bundel taalfouten. Niet: voorbijsteken, maar wel: inhalen. Niet: beroep doen op, maar wel: een beroep doen op .Niet: beizonder, maar wel: biezonder (ja, hij gaf ook uitspraaktips). Niet: ten gepasten tijde, maar wel: te gelegener tijd. Er zitten ook grappige bij: “nonnen en geesten treden uit, presidenten en premiers treden af”.
Allemaal bruikbare en zeer terechte correcties, zij het dat dezelfde fouten ook 20 jaar later nog opduiken. De klassieker onder de klassiekers was en is natuurlijk: niet: een wet stemmen, maar wel: een wet goedkeuren. Ik hoor de regel elke dag verkrachten door politici en journalisten.
Dat er nog altijd gezondigd wordt, mag je Berode niet ten kwade duiden. Blijkbaar zijn onze hersenen taalkundig zo bedraad dat fouten zeer hardnekkig zijn.
Blijven hameren op dezelfde spijker, dat is wat z’n opvolger Ruud Hendrickx nog altijd doet. Zij het dat hij wekelijks en anoniem de fouten bundelt die hem zijn opgevallen, en mét correcties rondmailt aan al wie het wil horen en voelen en lezen. ’t Is een stiel, taalraadsman zijn.
Aimabele man
Pas maanden na de eerste lichting brieven kreeg ik Berode te zien. Het was even schrikken, want hij bestond dus echt, in vlees en bloed. Een wat verfrommelde man, met ogen die in verschillende richtingen keken.
Van hem en van Herman De Coninck kreeg ik schrijftraining, wat een voorrecht. Dat was een week lang zwoegen en genieten. Berode ontbeende meedogenloos de berichten die ik had meegebracht. “Het ongeluk zorgde voor file”. “Nou, mevrouw Bonneure, heeft u al eens een ongeluk zien zorgen?”.
Weten wat je wil zeggen, en dat zo formuleren dat een luisteraar het meteen beet heeft. Want een keertje terugbladeren kan niet op de radio. Juist, duidelijk en aantrekkelijk Nederlands. Het credo van Berode. ’t Is een stiel, (radio)journalist zijn.
Vlaams Blok
In die week moesten we ook een boek lezen en bespreken. “Badenheim 1939” van Aharon Appelfeld, over de Holocaust. We discussieerden over extreemrechts, het was de tijd van Zwarte Zondag. En toen kwam Berode met een ontboezeming. “Als ik het leven zou redden van mijn familie door lid te worden van het Vlaams Blok, tja, (lange stilte), dan wordt Berode lid van het Vlaams Blok.”
Meteen ontdooide de wat stugge taalgoeroe tot een uitermate menselijke, warme, ja zelfs aimabele man. Wat later nog is gebleken in een ontroerend gesprek dat hij met Paul Jacobs had, op zondagochtend op Radio 1.
Er zijn nog van die taalbepalende mensen geweest op de omroep. Jan Schoukens, de stichter van Studio Brussel en mijn eerste baas, was zowat de wapenbroeder van Berode. Het zweet brak me uit toen ik, nog groen achter de oren, de studio uitkwam en Schoukens steevast klaarstond om z’n opmerkingen af te vuren.
Berode was al lang met pensioen. Precies vandaag valt de taalmail van z’n opvolger in m’n bus.
“Het land kon alleen nog geld lenen aan een torenhoge rente. Het land kon alleen nog geld lenen tegen een torenhoge rente. Let op het voorzetsel.”
Zo is het maar net. Er is niets nieuws onder de zon. Alleen de “zeg niet… maar wel” is verdwenen. Eugène Berode was de oertaalraadsman. Moge hij rusten in vrede in de taalhemel.
@Allen: reageren op dezebijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod






27/04/2011 om 08:57
Mooi stukje. Bedankt!
27/04/2011 om 15:29
Ik heb lang mijn best gedaan om mijn taal te soigneren qua spelling, grammatica en was dies meer zij. Van een gemiddelde mens als ik vraagt dat een volgehouden inspanning en ik moet toegeven : ik heb er de laatste tijd de ruggegraat niet meer voor. Ruggengraat, pardon.
Vanalles heb ik geleerd en ik was er een beetje trots op. Wist zelfs hoe je “chaletje” splitst. De goden beloonden me met een buitenlandse echtgenote die ik naar hartenlust op taalfouten mocht betrappen.
Dat “genoegzaam bekend” nogal eigenaardig klinkt als men weet dat “genoegzaam” een mate van tevredenheid uitdrukt.
Dat lessen gekend, en feiten bekend zijn.
Dat men scholieren vindt in sportverenigingen, en leerlingen op school. Spuitgasten in carnavalsverenigingen, en brandweerlui in kazernes.
Dat een geur lekker is en een reuk niet. Maar de held speelt ook wel eens graag de slechterik. Of zal ik Martine, wanneer ze het over een gasgeur heeft, verdenken van snuifgedrag.
En voor zover ik weet was “bij mijn weten” ooit een knoert van een taalfout. Jomme met de stofjas heeft blijkbaar gewonnen, de uitdrukking heeft zich vrijgestreden, net zoals verlof nu ook vakantie mag zijn.
Enzovoort.
Een en ander - al het vorige dus - heeft evenwel ook het een en het ander teweeggebracht in mijn gemoed. Het gesproken dagblad was altijd al een taalkundig ijkpunt voor me geweest (misdaden tegen de menselijkheid en tegen de mensheid liet ik mijn koude kleren niet raken want dat leidde af) maar er bleek gaandeweg meer en meer spel op dat ijkpunt te komen. Voelde ik me net niet verraden, ik werd er wel danig septisch van. Ik bedoel, sceptisch.
Tot mijn vrouw vroeg of zij onze TV-avond een keertje mocht invullen en mij blootstelde aan Grumpy Old Man op de BBC. Het besef van de kwaal was het begin van mijn genezing. Ik ben er ondermeer al mee opgehouden mijn vrouw te corrigeren. Ik word weliswaar een beetje doof en versta ze tegenwoordig wat minder, maar begrijp ze net zo goed. Beter zelfs.
27/04/2011 om 22:36
Mevrouw Bonneure en mijnheer Van Steenkiste,
dat zijn twee zeer mooie schrijfsels, epistels, brieven, kolommen… Ik weet het niet meer, maar u wel. bedankt.