Weblog Kristien Bonneure

Mijn “Groene boekje”

25 / 02 / 2011

 Ik sleep het al een half leven met me mee, het Groene Boekje van Mo’ammar Khadaffi. ’t Is een kleintje, met een kaft van donkergroene skai, gouden letters en een gouden leeslintje. Ik weet nog precies hoe het in mijn bezit is gekomen.

We schrijven eind jaren 80, de Universiteitsstraat in Gent. Rokerig college van Ruddy Doom, mijn sarcastische lievelingsprof met wie het goed wereldverbeteren was. Van de les over Khadaffi herinner ik me niets meer, maar Doom had wel een kartonnen doos vol Groene Boekjes mee. Er moeten er miljoenen gratis verspreid zijn over de hele wereld.

Wie er ééntje wil, rept zich best nu meteen naar de Libische ambassade (Victorialaan 28, 1000 Brussel), want lang zal het Groene paradijs van Khadaffi toch niet meer duren, veronderstel ik. Op TV zie je zijn onderdanen Groene Boekjes aan flarden scheuren. Straks wordt dat van mij nog een collector’s item.

Ik heb het eens opnieuw gelezen, diagonaal gesproken, terwijl ik in bad lag. “Le Livre Vert -ik heb een Frans exemplaar- bestaat uit drie delen. Ik wil ze graag even voor u toelichten. Khadaffi schreef ze in ’76 zoals hij in elkaar zit, denk ik, grootsprakerig en verward.

Deel 1. De oplossing van het probleem van de democratie: de macht van het volk

Kort samengevat: Khadaffi heeft het niet begrepen op verkiezingen en politieke partijen en parlementen. Alleen het volk zelf mag zichzelf vertegenwoordigen. Waarop hij een parallel universum bedenkt van volkscomités, volkscommissies, volksraden, een algemeen volkscongres, getrapt en wel, middels een groen/zwart schema uiteengezet op bladzijde 26. De tekening in kwestie doet verdacht veel denken aan een grondplan van The Dharma Initiative uit de reeks Lost… Directe democratie? Oppositie en vrije pers veegt het Groene Boekje en passant onder de mat, want die staan de wil van het volk toch maar in de weg.

Deel 2. De oplossing van het economische probleem: het socialisme

Waarin Khadaffi pleit om alle loonarbeid af te schaffen. Ieder werkt naar z’n vermogen en volgens z’n behoefte. In een collectief bedrijf of voor de staat. Je kan een huis of een auto hebben, maar geen twee. Verhuren is uit den boze. Taxi spelen ook, want dan ben je meester van een ander z’n behoeften.

Deel 3. De sociale grondslagen van de derde universele theorie

Waarin Khadaffi, decennia voor Tony Blair, de Derde Weg tussen kapitalisme en communisme uiteenzet. Blair, die recent een vriendje werd.

Khadaffi oreert hier over de noodzakelijke eenheid van een samenleving, waarvoor vooral de religie moet zorgen. Hij noemt de islam niet, maar z’n boekje én z’n vlag hebben de juiste kleur. Behalve korte zijsprongen en bespiegelingen over slavernij, muziek en sport is zeker het hoofdstuk over de vrouw lezenswaardig. En merkelijk langer dan de andere.

“La femme est un être humain”, luidt de eerste zin. Oef. Maar, weet Khadaffi, ze is toch anders dan de man, gynecologisch gesproken dan. Met menstruatie en “maandelijkse verzwakking”.

Je hoort hem van ver komen: de vrouw heeft een “natuurlijke rol”. “La femme est avant tout une femelle”. Een wijfje. Ze mag best werken, maar toch geen al te zware arbeid. Als persoonlijk bodyguard kan nog net.

Wie nergens voorkomt in het Groene Boekje is Mo’ammar Aboe Minyar al-Khadaffi zelf. Hij heeft geen politieke functie. Hij is de gids, de raadgever, de “broer-leider” zonder titel. Alleen in het buitenland noemen we hem kolonel.

“Le livre vert” is ongrijpbaar, vormeloos. Net zoals we Libië nu te zien krijgen als een land zonder structuren. Een dictator en z’n familie, en daarrond een amalgaam van al wie om te kopen of in te huren valt (wat een schending van hoofdstuk 2). Een geregeld leger is er nauwelijks, daar is Khadaffi bang van. Libië is het rijk van de privémilities, pretoriaanse wachten, Franstalige huurlingen uit Zwart-Afrika. Aan wapens geen gebrek (voor Darfur, hoor! –ze lachen vast nog met les Belges in Tripoli).

Universele theorie, groen boekje, ik krijg er koude rillingen van, zelfs in m’n warm bad. Dezelfde professor Doom besloot een cursus over de geschiedenis van revoluties met woorden van Bob Dylan. “Don’t follow leaders, watch the parking meters”.

@Allen: reageren op dezebijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

3 Antwoorden op “Mijn “Groene boekje””

  1. Thomas Dekkers Zegt:

    Er wordt momenteel terecht veel kritiek gegeven op westerse politici die de laatste jaren zoete broodjes bakten met Khadaffi, maar het zou ook informatief (en wellicht ook grappig) zijn eens iets verder terug te kijken en op te zoek te gaan naar linkse journalisten & intellectuelen die dit regime in jaren 70-80-90 bewonderden. Ik durf te wedden dat we er heel wat zullen aantreffen die nu nog altijd die andere dictatuur in Cuba sympathiek vinden.

  2. Peter Stevens Zegt:

    Het is als journazliost een beetje gemakkelijk om zich moreel hoogstaander te tonen. Wat mij in de huidige berichtgeving opvalt is dat er geen enkel Vlaams medium in slaagt olm een Arabisch sprekend journalist naar de regio te sturen. Dit zegt ook veel over de media zelf die opereren in een land met een niet echt kleine Arabisch sprekende minderheid. Waarom ontzeggen onze media ons een genuanceerd beeld en waarom vindt pakweg de nieuwdienst van de VRT dat enkel raszuivere Vlamingen in staat zijn tot een objectieve verslaggeving?

  3. Ivan Van Lint Zegt:

    Het falen van Khaddafi’s Libië is het zoveelste bewijs van de stelling, dat utopieën in hun praktische uitvoering moeilijk verzoenbaar zijn met de reëel bestaande mens. Hoezeer zelfverklaarde genieën als Mao, Pol Pot en Kaddhafi ook hun best deden om te vermijden dat ‘hun’ experiment zou uitdraaien op een allesversmachtend staatsapparaat zoals in de USSR, het leidde tot - zij het informelere - systemen die minstens even totalitair waren, totale willekeur kwam in de plaats van de loden regelneverij van de bureaucratie.

Plaats een antwoord op het bericht