De aandachtige lezer zal opmerken dat ik hier enkele maanden geleden een stukje schreef onder de titel “Weg met het internet”. Et alors! Ik ben godallemachtig in die mate beïnvloed door het internet, waar je zwart naast wit vindt, dat ik tegelijk a en –a kan geloven.
Miljarden nullen en enen
In het februarinummer van mijn nachtkastblad Science staat een interessante rekensom. De informatieberg op deze planeet is 295 exabytes hoog. Eén zo’n exabyte is een miljard gigabytes. Ik laat de tussenliggende tera- en petabytes even voor de nerds. Voor de digibeten: met al die informatie op CD’tjes bouw je een steile Jacobsladder tot voorbij de maan, of, als je op aarde wil blijven, kun je heel China bedekken met een lasagne van 13 lagen boeken.
Bovendien, zeggen de wetenschappers, was in 2000 nog driekwart van de informatie analoog opgeslagen (van uw aangebrande videobanden tot de schriftjes van koning Boudewijn) en in 2007 94% digitaal. We sparen geen postzegels meer, maar nullen en enen.
Je kunt die informatie ook rondsturen, en daar gaan we pas echt loos. Die communicatiewolk is nog veel groter: 2 zettabytes (dat is 2000 exabytes) of in mensentaal: 175 kranten per persoon per dag gaan de wereld rond. Wat hebben we veel te vertellen, zeg.
Ketchup
“Hoe verandert internet je manier van denken” was de vraag van de organisatie Edge dit jaar, gesteld aan meer dan 100 alfa- en betawetenschappers. Het resultaat is een dikke turf met korte, verstaanbare artikels van nobele onbekenden, maar ook grote namen als Richard Dawson, Ai Weiwei en Brian Eno. En natuurlijk staan er mensen aan de klaagmuur.
Een greep: internet is een sociaal surrogaat, een virtuele wereld die je afkeert van de echte. Je moet een goeie neus voor rotzooi hebben (“crap detection”). Het altijd-aan-karakter is een aanslag op je zenuwstelsel. Het is teveel, te direct. Waar is de tijd en de ruimte om na te denken en te laten bezinken? Etcetera.
Judith Rich Harris vat het mooi samen: “Internet heeft iets van een fles ketchup. Eerst kwam er te weinig uit en dan opeens een veel te grote klodder”.
Voel die verbondenheid
Maar ik heb ook mooie, positieve en constructieve artikels gelezen. En die hadden bijna zonder uitzondering te maken met samenwerken en delen. Onafhankelijkheid was hét thema van de Verlichting, schrijft iemand, maar tegenwoordig zijn we, mens en machine, allemaal verbonden in een “socioversum”.
Nogal wat wetenschappers steken de loftrompet over Wikipedia, dat net z’n tiende verjaardag heeft gevierd. De encyclopedie-van-alles is van onderen uit gemaakt. Door een mondiale mierenkolonie. En door gestage zelfcorrectie is het allergrootste deel van Wikipedia gewoon… juist! Dat zeg ik niet, dat zeggen al die slimmeriken tegen Edge.
Eén van hen, een fysicus, heeft een leuk en lui experimentje gedaan. Hij zocht een antwoord op een vraag, en vond het niet. Maakte een nieuwe Wiki-pagina over z’n onderwerp en zette daar absoluut verkeerde dingen op. Wachtte een paar dagen en oogstte dan “de resultaten van de kaboutertjes”. Het wérkt , is z’n conclusie.
Wees genereus
Wetenschappers blij, maar ook filosofen. Eéntje ziet er een heruitvinding van de dialoog in. Samen denken op het web, met een nieuw soort openheid (maar ook een nieuw soort scepsis).
Veel auteurs hebben het over de gulheid in cyberspace. Je steekt bij niemand een briefje van 20 euro in de bus, maar je helpt, zoekt en steekt wel tijd in een mailvraagje van een halve bekende. Je geeft tips, zomaar voor niks. (Voor het gemak laten we het “altruïsme” van die vele azijnpissers op webfora maar achterwege, waar we hier gelukkig geen last van hebben dankzij een onversaagde Moderator).
We identificeren ons via sociale netwerken met nieuwe gemeenschappen, qua grootte te vergelijken met de stammen van onze voorouders. Het internet wordt dan een kampvuur, waarrond we verhalen vertellen en luisteren naar die van anderen. Ja, verzucht een antropologe in het boek, we geven onze privacy eraan, maar vroeger wist ook iedereen alles van iedereen…
Over de mobiliserende kracht van het net kunnen we kort zijn. Het is honderden miljoenen Arabieren en Perzen aan het wakkerschudden. Vorige week hoorde u ontploffende traangasgranaten en gillende mensen op het Parelplein in Bahrein in het ochtendnieuws, dankzij Twitter en Youtube.
En ontkoppel
Ik geloof alle positivo’s. Ik merk alleen op dat er nog wat digitaal braakland is. Dat er nog veel vrouwen en mannen niet méé zijn, in die vaart der volkeren. Een kwart van de Vlamingen heeft thuis geen internet.
Dat er gelukkig nog dingen niet gedigitaliseerd zijn. Wat ik droom, bijvoorbeeld.
En dat ik toch weer de dikste streep in het boek heb getrokken onder de zinsnede: “Verbinding maken is prachtig. Jezelf loskoppelen is subliem”. Goede raad van kunstenaar Paul Chan.
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






21/02/2011 om 22:10
Goed geschreven en ik heb goed gelachen.
23/02/2011 om 14:58
Leve het Internet! Zeg dat wel. Het is de énige echte democratische kracht. Ik dank het Universum op mijn blote knieën dat het bestaat.
Maar over Wikipedia wil ik toch iets toevoegen. Het is zeker correct te stellen dat bijna alles wat op Wikipedia staat “juist” is. Maar het is veel belangrijker te wijzen op wat er “niet” staat op Wikipedia. Ik geef een aantal concrete voorbeelden.
Wanneer u de Engelstalig versie van Wiki vraagt naar HAARP (High Frequency Active Auroral Research Program) dan krijgt u correcte informatie over HAARP. Maar wanneer u die informatie vergelijkt met wat het Europese parlement erover schrijft, dan zult u zich terecht afvragen of men het over dezelfde technologie heeft. Het antwoord is ja, en het is werkelijk schokkend. Vergeet Wiki hier niet enkele essentiële zaken te vermelden? (http://www.europarl.europa.eu/press/sdp/backg/en/1998/b980209.htm).
Eveneens op de Engelstalige versie van Wiki zult bij het onderwerp 9/11 bijvoorbeeld niet kunnen lezen dat ook WTC7 (een derde gebouw) later die dag instortte. Waarom niet?
Nog een voobeeld: vitaminde D. Lees wat men erover schrijft op Wiki en vergelijk met info op andere websites over het belang van vitaminde D en de relatie tot kanker.
En zo kan ik nog een tijdje doorgaan…
Zolang het over koetjes en kalfjes gaat is Wikipedia een fantastische bron van informatie. Maar wanneer het over zaken gaan die er écht toe doen, vertrouw ik Wiki voor geen meter. Net zoals de main stream media eigenlijk.
11/07/2011 om 09:04
Grappig, ik ben het boek nu aan het lezen, en ik vind het erg mooi hoe ik uit heel verschillende invalshoeken toch heel veel herken. Ik heb ook de zin van Paul Chan onderstreept, vandaar dat ik deze weblog ontdekt! Zo leidt internet toch tot heel nieuwe verbindingen.. (nu nog voldoende loskoppelen)