Weblog Kristien Bonneure

Vrienden van de poëzie!

24 / 01 / 2011

Een vraag voor de aller-, aller- allerslimste mens. Wat weet u over Marleen De Crée? Dichteres, bijna 70, schrijft al sinds 1969, Limburgse, genomineerd voor de Herman De Coninckprijs dit jaar. Hupla, vijf juiste antwoorden.

Het zal niet gauw gebeuren. En het zouden nochtans leuke vragen zijn. Dichtregels verbinden aan hun schrijver. Koppen herkennen. Rijmwoorden aanvullen.

Zoet en stil

Marleen De Crée. Ik heb voor haar gestemd, en ik wacht vol spanning tot het donderdagavond is. Dan is het Gedichtendag, en wordt die Herman De Coninckprijs uitgereikt. Haar bundel “het is niet de lava” kan in de prijzen vallen, en haar gedicht “Süsze Stille” ook. Komt-ie:

de winter speelt zijn parten.
staat op hoge poten te blikkeren.
bloed bevriest. woorden stollen
in de mond. stilte in het hart.

het wachten is begonnen, een rimpel
in de sneeuw. takken zingen de
droge noten. stemmen staan strak.
de een gaat niet naar de ander.

wit verslaat het zwart. ijs dooft
het water, stropt de keel, sluit.
in het donker glinstert het wak.

geen enkel geluid dwaalt nog
over de vlakte. we zwijgen
nu samen, ademen in, ademen uit.

Het winnende gedicht wordt op grote affiches gedrukt en donderdag gratis uitgedeeld in de boekhandel. Dat zijn de leukste, de gedichten die ontsnappen uit hun bundels, boekenplanken en bibliotheken en die de wijde wereld intrekken. Ik heb zaterdag nog het zand weggeblazen uit een flard Pessoa, uitgebeiteld in de dijk in Oostende.

Gedichten mogen op broodzakken, melkflessen en tubes tandpasta van mij. Om me te verschalken als ik er niet op voorbereid ben.

Wintermoment

Ik word geraakt of niet door een gedicht, er is geen middenweg. In dit geval is het midscheeps bingo! Door het contrast van die zoeterige titel “Süsze Stille” en de barre, starre koude die erop volgt. Door de winterse momentopname, zo staccato als maar kan.

Romans en films, zegt Ian McEwan, schieten vooruit en achteruit door de tijd. Een gedicht niet, een gedicht balanceert op de speldenpunt van Het Moment. Je moet even stoppen om het te doorgronden.

En dat is fijn. Omdat de dichter ook is gestopt en een soort freeze frame maakt te midden van alle meedogenloze vooruitgang, beweging, turbulentie, lawaai. Als het allemaal overweldigend onoverzichtelijk en ondoorgrondelijk is, dan hou ik graag halt in het moment van een dichter. De dingen durven dan al eens helderder worden. Soms.

Vuurvliegjesmoment

Een dag of wat geleden bevond ik me in het gezelschap van de foto’s van Katrien Vermeire, in het museum M in Leuven. Opnieuw: midscheeps bingo! Natuurlijk stolt Het Moment in een foto, dat is de definitie van de fotografie zelve. Maar dit was een wel heel hevige momentopname. Poëzie zonder woorden.

Vermeire is ergens in de States vuurvliegjes gaan fotograferen. Die wonderlijke insecten duiken daar maar een paar uur per jaar (!) op in het bos. En ze heeft ze gevangen in haar foto’s. In strepen, stippen, vegen, dotten van geel en groen licht. Terwijl het schemert. Of in het pikdonker. Dan worden de lichtgevende morsetekens vuurwerk of een wolk van spetters à la Jackson Pollock.

Zeemoment

Bij wijze van contrast fotografeert Katrien Vermeire ook zeeschappen. Ze staat als het ware midden in het water. En de horizon loopt al even middendwars door haar reuzegrote zeefoto’s. Nu eens messcherp, en dan weer alleen maar als idee, als suggestie van scheiding tussen hemel en water. Het moment gevat in de textuur van golven en wolken.

Ik ben daar van pure fascinatie op de grond gaan zitten in ‘t museum, en de betovering hield de hele dag aan. Wie ben ik om te zeggen waar u naartoe moet gaan, maar toch: tot 12 februari in Leuven.

Maar eerst gedichtendag. En vooral… gedichtennacht, op Klara, met Bart Stouten. Hij leest verzen op verzoek, u kunt hem mailen. Er komen levende dichters langs in de nacht, ook Marleen De Crée en andere kleppers. En er zullen dead poets weerklinken uit het VRT-archief.

Wie ben ik om te zeggen waar u naar moet luisteren, maar toch: donderdag vanaf middernacht, tussen de maan en de morgenster. Tot het vrijdag zes uur is en de rozevingerige dageraad aanbreekt, en ik met Judith Herzberg hoop te zeggen: “De nacht heeft mij weer van m’n apropos gebracht”.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

1 Antwoord op “Vrienden van de poëzie!”

  1. Dirk Laureyssens Zegt:

    Mijn leraar Nederlands tijdens mijn laatste jaar middelbaar heeft me zeker niet teleurgesteld: Vondel… Mulisch… zijn uitspraak een streling voor het oor…
    Maar toch wil ik even dromen: zie mezelf vijftig jaar jonger en u, mevrouw, mijn lerares. Dat had vonken kunnen geven !

Plaats een antwoord op het bericht