Weblog Kristien Bonneure

Weg met de droogkast, leve de wasdraad!

04 / 05 / 2010

April was de maand van de lenteschoonmaak. Weg met de regering en de politiek in het algemeen, weg met de kerk en de bisschop in het bijzonder, weg met Dick Advocaat, Griekenland en de Eyjafjallajökull. De roep “ weg met de droogkast” klonk veel stiller. Hij kwam nochtans van de KVLV, de Boerinnenbond, van de moeder aller kookboeken. Ik zal hem hier even kracht bijzetten en een langer leven geven: Weg Met De Droogkast. Gevolgd door drie uitroeptekens.

Energievreter

Typisch een toestel om een ons aangeprate behoefte elektrisch te bevredigen. In de categorie elektrische eierkoker, mes, tandenborstel, blikopener, potloodslijper, broodbakmachine. Broodbakmachine! Als ik moet kiezen tussen mijn agressie uitwerken op een homp deeg of op een knopje, dan weet ik het wel.

Twee op de drie Vlaamse huishoudens bezitten een droogkast en die beesten vreten je budget en je milieuvoornemens kaal : ze vertegenwoordigen een verbazingwekkende 12% van het energieverbruik van een gezin. Goed voor je kleren is zo’n heteluchtbehandeling allerminst. Het moet dus met tijdbesparing te maken hebben. Je kan aan het rekenen slaan: een machinelading aan de draad spietsen kost me een kwartier. Daar word je natuurlijk ongelukkig van. Draai het liever om en zeg mij na: leve de wasdraad!

Den draad

Geef die volle waswand je volle aandacht en geniet van dat nederige klusje. Je bent buiten, je buigt, rekt en strekt, de was is schoon en ruikt fris. Wat wil je nog meer? Tjonge, dat blijft toch een mooi hemd. Toeme, er zitten weer veel eenzame sokken bij. Dag buurman. Oeps, de hemel wordt wel erg donker. Of ben ik melig?

Ik heb het nooit erg gevonden, meer nog: van het binnenhalen van een lading drooggeflapperde t-shirts word ik altijd een beetje vrolijk. Er was maar één periode waarin ik er de pest aan had: toen mijn leven en mijn wasmachine bijna werden verzwolgen door babyhemdjes, kruippakjes, ondergekotste en volgepieste lakens. Toen kwam ik wasknijpers en geduld tekort.

Tussen twee haakjes: het zou nogal wat mensen deugd doen, dat huishoudelijke werk. Milquet, De Wever: wie hangt er z’n eigen was op? Van Thillo, Boonen : hoeveel kost een groot brood? Onlangs zag ik Kris Peeters voor het journaal in een bio-supermarkt praten over de bio-economie. En toen de journaliste hem vroeg of hij zelf iets zou kopen, stamelde hij schaapachtig iets van “jamaarja-jamaarnee, mijn echtgenote zorgt daarvoor…”.

Winterwas

En des winters als het regent? Dan komt het droogrek boven en is het slalommen in huis. Af en toe ligt er wasgoed te drogen op alle radiatoren, en wat dan nog? Bij helder weer vind ik die stijfbevroren stukken textiel buiten trouwens ook wel charmant.

En ik beken, als de nood het hoogst is wend ik de steven naar de was-o-rama of zoiets, waar ze gecollectiviseerde Droogkasten hebben staan om u tegen te zeggen. Daar kan een heel mens in! Altijd leuk ook om mijn Afrikaanse stadsgenotes in de weer te zien met hun gebruikelijke Kilimanjaro van vuile was.

Verboden te leven

Er zijn chagrijnige gemeentebesturen en syndics van sjieke appartementen die zichtbare waslijnen en -rekjes verbieden. Te proletarisch misschien? Ze ontkennen het leven zelve. Toon mij je wasdraad en ik zal zeggen wie je bent. Ik vind het heerlijk om te zien wat er allemaal waait en wappert. Overalls en stofjassen, iets sexy met spaghettibandjes, jurken, een collectie voetbaltruitjes, reusachtige huidkleurige onderbroeken, twee dozijn identieke grijze kousen, weerzinwekkend gebloemde lakens.

De draad zet uit en krimpt weer in met de jaren. Van tien hemden naar twintig en uiteindelijk naar twee. Er bestaat een ontroerend liedje over de gesneuvelde soldaten in WO I: “… and a half-empty washing line serves to remind that they’re fallen and forever standing in line…”

Ook en zeker in het buitenland leer je veel door naar de wasdraad te kijken. De kleurige panen in Afrika (onlangs ontmoette ik een dame uit Burundi van kop tot teen in een stofje gestoken met … garnalenmotief). De ingenieuze wasgoedtakelsystemen in smalle Griekse straatjes, een stilzwijgende overeenkomst tussen de tweede verdiepingen, aan elke kant. In de Balkan herken je een Roma-huishouden aan de afwezigheid van wasspelden. Die rare kwieten gooien hun kleren gewoon over de haag.

Hang het eens uit

Gebruik hem dus tot hij op is, je droogkast, en koop er geen nieuwe. Nog beter: zet hem nu al buiten. Zwier je jeans op volle kracht in de wasmachine en vertrouw hem daarna toe aan de wind. Pak zo’n lekker ruwe handdoek van de draad en scrub je rug. Of die van je geliefde.

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforupms - mod

3 Antwoorden op “Weg met de droogkast, leve de wasdraad!”

  1. vera Zegt:

    ik ben het daar helemaal mee eens !!!

  2. stine Zegt:

    zeer juist ik mis mijn grote tuin, groot gezin én grote wasdraden elke dag, allen twintigers, vader in ander gezin, maar toen, alle zonen en man, voetbalden vanaf vijf jaar, dus alle lijnen vol truien, kousen handdoeken, veel gewone was , zoals elk gezin lakens er hing eigenlijk weinig niets aan, zelfs om de communiefoto zag ik nadien nog was a wasdraad
    wolken en rennen vd regen, ja, en ook eens te laat maar, wat rook ze goed nr de velden; en het eerste kommunie cadeau van peter, ja een aapje die marscheerde en voortbewoog aan handen en voeten, aan de wasdraad, hoe kan het anders,
    de eerste luiers, zelfgestikt voor mijn dochter,29 JR GELEDEN tot nu ,een groot rek op mijn koertje tuintje, maar mijn wasdraden, ja bijzonder……

  3. Els Zegt:

    Het hoeft niet altijd de vuile was te zijn (van clerus, politici of andere BV’s…) die hier op deze blog buitengehangen moet worden. Het mag ook al eens de propere was zijn…
    Hartelijk dank Kristien, voor je luchtige en Dixan-frisse columns van de voorbije weken.
    Eerlijk gezegd dacht ik dat ik zowat de laatste persoon van dit Westelijk halfrond was zonder droogkast. Ik heb er nooit één gehad en ik heb ook nooit de behoefte gevoeld om er één aan te schaffen, laat staan dat ik er plaats voor zou hebben in m’n nog-geen-80-vierkante-meter-flatje.
    Zo’n droogrekje meermaals per week in m’n living oogt natuurlijk weinig estetisch en vraagt inderdaad om wat handig slalomwerk. Maar voor mij gaat er niks boven het geluid van het strak kloppen van vochtig linnengoed, het alles schoon op rijtjes hangen (soort per soort, kleur per kleur en assorti wasspelden;-) en de geur van fris gewassen kleren die de hele kamer vult. Heerlijk!

    En dan die column over telefoonboeken en schoendozen. Bij het lezen ervan werd ik zowaar nostalgisch en ook zelfs een tikkeltje paniekerig. Had ik niet net de dag voordien 2 perfect intacte schoendozen met het papier- en kartonafval meegegeven? Eerder omwille van plaatsgebrek dan omwille van de status ‘nutteloos’.
    Paniek dus, want - je hebt gelijk Kristien - waar moet Sam nu heen met al die Dingen die later nog eens van Pas kunnen komen?
    Om dezelfde reden van plaatsgebrek werden ook de Witte Gidsen hier al enige tijd geleden definitief aan de deur gezet. Maar inderdaad, hoe moet dat nu met dat herbarium dat onze jongens volgende jaar onvermijdelijk zullen moeten maken in de les biologie? Of staat dat de dag van vandaag niet meer in het lesprogramma?
    Nog een geluk dat die dino’s voor de volgende spreekbeurt niet nog eens eerst moeten ‘gevangen’ en daarna gedroogd worden…;-)

    Ik kijk al uit naar je volgende column Kristien! Groetjes!

Plaats een antwoord op het bericht