Minister van Twittertenen Van Quickenborne schaft de witte telefoongids af. Geen krullend haar op mijn hoofd denkt er aan om hem tegen te spreken. We sparen 38.000 bomen en 1512 ton CO2, heeft hij laten uitrekenen. En wie er mordicus nog één wil, kan er één krijgen. Opt-out wordt opt-in, klinkt dat in Van Quickenbornees. In mensentaal: hebt u geen PC om een nummer op Infobel te zoeken, dan bent u een Neanderthaler. Maar alla: stuur Vincent een gele briefkaart en alles komt in orde. U krijgt uw telefoonboek nog. Met een strik rond.
Ik geef grif toe dat ik zelden een nummer opzoek op papieren wijze, maar ik zal er toch eens over nadenken. Ik ben namelijk nogal gehecht aan dat boek, een nederig, maar onverbrekelijk deel van elk menage.
Er in of niet
De dieren spraken nog, maar er was een tijd dat een mens pas bestond als hij of zij in het telefoonboek stond. Voor Quickie’s korte memorie: vergelijk het met Facebook nu. Alleen marginalen zonder telefoon ontbraken in het boek. En rijkelui met een geheim nummer, de flauweriken. En de laatste tijd almaar meer mensen, veronderstel ik, iedereen die z’n vaste nummer opgaf ten voordele van een mobiel verdween uit de lijst.
Huisnummer
Nog zo’n rare wending van de geschiedenis. Vroeger was een telefoon aan een huis(houden) gekoppeld. “The Boucquet residence, the lady of the house speaking”. Op mijn kot in Gent hing er naast de gammele voordeur één gammel telefoontoestel voor iedereen. We konden alleen opgebeld worden. Zelf bellen ging niet, nou ja, officieel toch niet, maar er waren kiesschijfprutsers in da house.
Nog vroeger diende één nummer, pakweg van het café of de pastoor, voor een hele straat of een hele wijk. Tegenwoordig ken ik gespleten persoonlijkheden met meerdere gsm’s én nummers. Ze verdienen ons volle medelijden.
Wie zoekt die vindt niet
U hebt het zeker ook gedaan als tiener: een verre aanbedene, een vaag lief, een betoverend meisje of jongen opgezocht in het telefoonboek. Bijna om te checken of hij/zij echt bestond. Zou die dààr wonen? En zou haar vader Roland of Jean-Marie heten?
Ik herinner me het langdurig zoeken en uiteindelijk verbaasd vinden onder de hoofding “doctors in de geneeskunde”, een aparte mensencategorie voor de RTT. Het sukkelen met namen als Van Der Meulen of Vandermeulen of Vander Meulen. Of het volstrekt vergeefse speuren naar iemands meisjesnaam. Getrouwde vrouwen? Non-personen, zélfs geen aparte mensencategorie voor de RTT.
En ja, de jubelende vreugde van de eerste eigen vermelding in het Boek, in mijn geval anno 1990 in Antwerpen. Ik sta er in, ergo sum, ik ben, ik besta!
Als ik in belendende telefoonzones vertoefde, zocht ik in de lokale boeken naar andere Bonneures, een zeldzame diersoort, blijkbaar vooral geconcentreerd rond Brugge en Charleroi. In telefooncellen en postkantoren stond een hele rij gidsen tegelijk, en het summum van geluk was de nieuwsredactie, toen ik hier binnenwaaide: planken vol boeken, tot Arlon toe.
Uitgestorven papier
Kortom, zo’n telefoonboek was bijna zo boeiend als de 25 knoerten van de Winkler Prins encyclopedie. En nu bijna net zo uitgestorven. Stadsplannen en wegenkaarten zullen de volgende slachtoffers zijn zeker?
Ik hoor dat onverlaten zelfs de schoendoos willen wegtoveren. De schoendoos! Met haar oneindige mogelijkheden tot hergebruik. Laatst beplakte mijn dochter er één met gekleurd papier en schreef met dikke stift: “Doos met Dingen die later nog Van Pas kunnen komen”. Geen schoendozen meer, geen poëzie.
Multitool
Maar terug naar de witte gids, het Boek, zo multifunctioneel dat de Gamma het had moeten uitvinden. Als de leraar Latijn z’n dia’s over Rome wilde laten zien (diepe zucht), dan kwamen er één, twee, misschien wel drie telefoonboeken aan te pas om die projector op de juiste hoogte te laten schijnen. En wat was er beter om afgeweekte postzegels te pletten of een pas gelijmd speelgoedje bij elkaar te houden?
Samen met m’n broers vond ik het Boek ook uitermate geschikt om bloemen en planten en herstbladeren in te drogen. Zij maakten een serieus herbarium voor school, ik droogde onkruid en verzon er namen bij. Aldus groeide tussen de ellenlange kolommen met namen en nummers mijn eigen imaginaire flora. Af en toe bleef een bloemetje achter, een aangename verrassing voor wie maanden later op zoek ging naar De Bruyne, Piet, tussen De Brouwer en De Buck.
Een handzaam zwaar voorwerp ook, die witte gids. Om welgemikt op spinnen te laten vallen, die zich over de vloer voortbewegen. Araignée du soir, bonne espoir! Vlam! Voor spinnen op de muur is de Humo uitgevonden.
Recycling
Een vriendin vertelde me laatst over de wc van haar mémé, waar blaadjes uit het telefoonboek netjes geperforeerd aan een touwtje hingen, klaar om de kleinste billenplooien schoon te vegen. Véél beter dan de krant, want die zwom in de inkt, en dat zorgde voor een lelijke zwarte streep in de onderbroek. Op de dag des Heren was er wel écht wc-papier. West-Vlaanderen in de sixties!
Was er een nieuwe editie van den annuaire, dan verdween de oude in de papierslag van de scouts. Twee kilo schoon aan de haak, dat bracht wat op.
En nu ik mijn wellicht laatste exemplaar eens van dichtbij bekijk: het betreft de editie Brussel-Noord, waarin begrepen: de Brusselse 19 en een boemerang van Vlaamse gemeenten errond, van Ternat in het westen over Wemmel, Meise, Vilvoorde tot Tervuren in het oosten. Scheuren dat boek, wat zeg ik: splitsen!
@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod






20/04/2010 om 12:44
De Witte Gids van “03 SINT-NIKLAAS” is 7 millimeter dik, weegt 275 gram en is “op basis van gerecycleerd en chloorvrij papier”.
Duizenden en duizenden bomen en tonnen en tonnen CO2…
‘k vraag me af waar Quickie heeft leren tellen.
20/04/2010 om 19:23
touching… ik houd ‘em !
21/04/2010 om 15:29
Waarom houdt Kristien een sympathiek lachend speculazen manneke omhoog? Of moet ik schrijven: Waarom houdt Kristien sympathiek lachen een speculazen manneke omhoog?
22/04/2010 om 12:35
Ik werp een blik naar buiten. Een figuurlijke blik, zodat de natuur er niet onder hoeft te leiden.
Linkeroever … Regatta … “Een nieuwe, bruisende wijk aan het Galgenweel.” Zo lees ik toch online.
Het uitzicht vanop mijn bureau verandert opmerkelijk. Een jaar geleden sprongen nog dartel konijntjes door de struiken, tussen de bomen, in het groen. Hun woonkamers worden nu opgegraven, het uitzicht ontgroent, hoorbaar kermen de bomen die tegen de vlakte wordt gedwongen. Honderden bomen. Tonnen CO2 worden gebruikt om die bomen die CO2 terug omtoverden naar zuurstof te vellen. Voor een “Een nieuwe, bruisende wijk aan het Galgenweel.”
Maar we hadden het over telefoongidsen. Zouden die bomen de gids halen?
Of zijn die ook slechts een nummer?
Quickie heeft inderdaad leren tellen. Stemmen. Naambekendheid. Populariteit. Vooral dat.
Zoals Ivo Van Ursel zegt … De gids in Sint-Niklaas werd trouwens niet eens overal bedeeld. Over hoeveel ton zullen we het nu hebben?