Weblog Kristien Bonneure

Kom naar de F16-wafelenbak!

30 / 04 / 2012
Ik blijf het eigenaardig vinden om azalea’s of naaktkalenders te kopen tegen kanker, wafels voor de klasinrichting van mijn kinderen of prentkaarten tegen de klimaatopwarming. Ik betaal (graag) belastingen. Daar dient dat geld toch voor?

Verenigingen, da’s iets anders, die mogen en moeten fundraisen. Joost mag weten hoeveel auto’s ik heb gewassen om de kas van mijn scoutspatrouille te spijzen, maar dat was éxtra. Daarmee kochten we vooral veel cola en chips, daar stond of viel het kamp niet mee. Ik wil vele bordjes spaghetti eten ten voordele van de tafeltennisclub en Harmonie Cecilia. Dat levert financieel, maar vooral sociaal kapitaal op.

Onderwijs, gezondheidszorg zijn basisvoorzieningen van de samenleving. En toch zijn er omhalingen nodig? Een paar keer per jaar blazen de scholen van mijn kinderen verzamelen. Ouders, grootouders, vrienden en kennissen mogen opdraven om te komen eten. De leerkrachten zijn dan een weekend in touw om te koken en op te dienen. Ik heb met hen te doen, op hun vrije dagen. Maar natuurlijk zijn we van de partij, en we kopen nog wat tombolalootjes toe. Het zou bepaald asociaal zijn om dat niet te doen.

Schande

Scholen krijgen minder geld dan beloofd om hun eigen werking te betalen. Minder boeken, geen smartboard voorlopig, de afgebladderde trap moet weer een jaar op nieuwe verf wachten, de poetsvrouwen mogen een beurt overslaan. Waar zijn we mee bezig?

Op een moment dat ontiegelijk veel schoolgebouwen in lamentabele staat verkeren. Oude panden zijn het, slecht geïsoleerd. De werkingsmiddelen zie je zo de schoorsteen uit komen. Er is schrijnend plaatsgebrek, en dus worden kleuters in tijdelijke containerklasjes ondergebracht. Dat ‘tijdelijk’ kan jaren duren. Chapeau voor de meesters en juffen die er nog iets kleurrijks en gezelligs van maken, met hun niet aflatende creativiteit. En met hulp van handige ouders.

In welk privébedrijf of overheidsdienst, in welke gevangenis zou het personeel dat pikken?

Een paar suggesties

Als de overheid dan toch moet besparen, heb ik nog wel enkele ideeën. Haal het geld waar het zit, met de collectebus bij de buurman!

Nieuwe asfaltlaag nodig op de E40? Kom, we verkopen stickers.

Fietspad? Wie wil er mij sponsoren per kilometer op mijn hometrainer?

‘Goeiemorgen meneer, koopt u geen cactus? Ten voordele van de Kalmthoutse heide.’

‘Ik ben op pad voor de gehandicapteninstelling hier om de hoek, mevrouw, wilt u ons steunen? 5 euro voor een pak wafels. Als ik 100 pakjes verkoop, kunnen we een rolstoel aanschaffen’.

Weet je wat, Vlaamse regering, verminder de dotatie aan de VRT, ik zal wel deur-aan-deur koekjes verkopen voor Eén. Of likeurpralines voor Canvas. Kunstzinnige kalenders voor Cobra. Iets voor Op 12 (maar ik weet nog niet wat). ‘Sorry, ze zijn hier net geweest voor Radio 1’.

Ook voor federale besparingen opent de pannenkoekenslag grote perspectieven.

Kom, wie gaat er mee de straat op voor defensie? ‘Dag buurvrouw, koopt u een balpen om een F16 te helpen kopen?’

Nieuwe gevangenis nodig? Hoeveel sleutelhangers zijn dat?

38% van het Vlaamse budget gaat naar onderwijs. Rightly so. “Si l’enseignement coûte trop cher, essayez l’ignorance”. Zei Abraham Lincoln, maar dan in het Engels.

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Onwijs grijs

16 / 04 / 2012

Ik ben fan van Monica De Coninck en wel hierom. Ik hou van haar grijze krullen. Nu denkt u misschien dat ze geen tijd heeft voor lange verfbeurten bij de kapper, als ze zo fulltime haar nestel afdraait, met het oog op een onafhankelijke oude dag. Ik durf wedden dat het een statement is. Kijk, ik ben 56 en zo ziet mijn haar er uit, naturel en wel. Te nemen of te laten, met één van mijn modieuze brillen erbij. Laatst zat ze aan de Terzaketafel met een Hollandse zonnebloemblond geverfde del zonder kinderen die oreerde over vrouwen en gezin en carrière. “Mo-Ni-Ca! Mo-Ni-Ca!”, klonk hier door de huiskamer.

Zilveren vrouwen

De minister van werk is een uitzondering, net als ondergetekende. Vrouwen met grijs haar worden zeldzaam. Bij mannen mag het. Een grijzende Kris Peeters wordt sexy bevonden, maar vrouwen die hun haar niet kleuren zouden per definitie bomma’s zijn? Hier komt een lijstje in de kijker lopende zilveren vrouwen.

Christine Lagarde, de opvolgster van DSK bij het IMF: een stijlvolle verschijning met wit goedgeknipt haar. Mieke Van Hecke, chef van het katholiek onderwijs; Christine Van Broeckhoven, Alzheimer-vorser; de actrices Gilda De Bal, Jamie Lee Curtis (beeldschoon met dat kort grijs koppie) of Helen Mirren (soms). Zangeres Emmylou Harris. Kijk anderzijds eens naar Miet Smet of Annemie Neyts: voorbeeldpoliticae op leeftijd zonder een haartje grijs. Ook bij de jongere generatie, denk aan Turtelboom en De Block, vermoed ik stevige verfwerkzaamheden.

Van alle tijden

Het is des mensen om de tanden van de tijd proberen te ontlopen. Antirimpelcrèmes zaten al in flacons in Egyptische graven. “Een vrouw bewerkt haar grijsheid met Germaanse sappen”, adviseert Ovidius in zijn “lessons in love”, de Ars Amatoria. “Wij mannen zijn maar kaal bedeeld: de tijd berooft ons, schudt onze haren af, als stormwind doet met loof. Hoofd zonder haar – ’t is als een fruitboom zonder vruchten, als rundvee zonder horens, weiland zonder gras”. Intussen smeren ook mannen hun snoeten in, en strijden ze middels dure koersfietsen tegen de voortschrijdende jaren. Maar hun haren verven? Ho maar. Elio di Rupo is een uitzondering.

Meneer en mevrouw

Ik kijk graag mensen en het valt me steeds weer op dat middelbare stellen bestaan uit een grijze man en een gekleurde vrouw, nooit omgekeerd. Zelfs in de jeugdherberg waar ik onlangs verbleef en waar toch een zekere back-to-basics heerst bij het publiek, in die zin dat je er weinig netkousen, streepjespakken of naaldhakken aantreft, zélfs in die jeugdherberg klopte mijn theorietje: meneer grijzend, mevrouw blond, bruin, rood.

Worden mannen sneller grijs? Vanaf hun 30ste, zegt de wetenschap, en vrouwen vanaf 35. Niet zo’n groot verschil dus. Wél interessant is dat vrouwen vroeger grijs worden dan 20 jaar geleden. Hoe zou dat komen? Stress, voedseladditieven, chemische rotzooi, haarverf misschien?

De ammoniakbrigade

De vraag van één miljoen is waarom alleen vrouwen al die moeite doen om dat grijs (tijdelijk) te camoufleren. Leuk is het niet, om de vier, zes, acht weken een paar uur bij de kapper zitten met een naar ammoniak stinkend hoofd, denkend aan al die proefkonijntjes, asblond, acajourood of ravenzwart in de labohokken van l’Oréal. Ik heb het zelf jaren ondergaan. Uiteindelijk vond ik een ‘biologische’ kapper, zonder ammoniak, maar dat spul moest oneindig lang inwerken en droop intussen van je oorlellen naar beneden.

Ik heb te doen met die oude besjes op de tram, vers van de coiffeur, met fout oranje geverfd haar waar hun hoofdhuid doorschedelt. De wolk die ze met zich meedragen houdt anderzijds wel sacochendieven op afstand. Het is je reinste chemische oorlogsvoering.

Buigen voor je genen

Twee zomers geleden was ik het zat en gaf ik me over aan mijn genen. Een Bonneure wordt grijs op 30, hooguit 40 en die kaap was al gerond. Ik deed vooraf een kleine rondvraag bij vrienden en familie. Er was weinig animo. “Doe wat je zelf wil”, zeiden ze, maar intussen zag ik ze “oei!” denken. Ik liet mijn haar dus ultrakort knippen, tot aan de uitgroeigrens (aargh, dat woord uitgroei alleen al). Ook na de make-over waren de meningen verdeeld: aangenaam verraste mensen, maar ook een paar vrouwen die eerlijk bekenden: dat zou ik nooit durven.

Chacun fait ce qu’il lui plaît, is mijn devies. Maar hoe meer kleur hoe liever, inclusief zilver en grijs. Echte diversiteit betekent dus meer grijze vrouwen. Niet alleen stokoude, maar ook jonge(re).

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Omspitten, die kantoortuinen!

02 / 04 / 2012
Kantoortuinen verlagen de productiviteit en verslechteren de geheugenfunctie. Ze vertonen een relatie met groot personeelsverloop. Ze maken de mensen ziek, vijandig, ongemotiveerd en onzeker. Mensen die in een kantoortuin werken, hebben meer kans op hoge bloeddruk, stress en griep’ en zo gaat Susan Cain nog wel even door, de auteur van het boek ‘Stil’, dat net in het Nederlands is verschenen. Ze heeft overschot van gelijk.

Ik heb te doen met werknemers in een bankkantoor of een stadsloket, voortdurend bespied door ongedurige klanten (ik dus) en dan nog op een kluitje bij elkaar, met als troostprijs zo’n bureauyucca. Nog erger lijkt me aan de band staan in een bedrijfshal. Ik stel voor dat Bert De Graeves bureau eens een weekje pal in het midden van de productieruimte van Bekaert komt te staan, voor straf.

Vervreemd

Ik ben er gevoelig voor, want ik heb zelf bijna vijf jaar in een enorme ruimte gewerkt, geen kantoor maar een werkvloer van voetbalveldformaat, met tientallen mensen tegelijk. Met allemaal een telefoon en een PC, met vergadertafels in de buurt, koffiemachines, zetels om te babbelen en open gangpaden en open trappen om dat alles te doorkruisen.

Dat had een dubbel effect op me: ik werd tegelijk ‘puutonnozel’ en zwaar marxistisch vervreemd. Op betere dagen verbeeldde ik me dat ik in het Ministry of Magic van Harry Potter werkte.

Of je nu iets grondig moest bestuderen, een tekst of een moeilijke mail moest schrijven, een onwillig iemand de pieren uit de neus moest vragen aan de telefoon, of je nu even wou chillen met een collega en een koffie, of je moest even naar de andere kant rennen: het gebeurde allemaal in één ruimte, zonder muren en deuren. Een mens was daar snel afgeleid, zal ik maar zeggen.

Netwerken

Zo’n Olympisch kantoordorp is niet gemaakt om te werken, maar om te netwerken. Iets wat vroeger op de gang gebeurde (wat volgens sommigen de reden is dat vrouwen minder carrière maken, want die blijven achter hun bureau zitten).

Het geluidsniveau van stemmen en harde hoge hakken was niet te harden, op den duur hield ik de hele dag gezellig mijn hoofdtelefoon op, zonder muziek erin. Op de momenten van relatieve stilte vroeg ik me dan weer af wie dat allemaal waren, daar in de verte. Ooit waren we aan elkaar voorgesteld, middels een ‘speed-date’-evenement, maar daar herinner ik me alleen van dat ik ’s anderendaags een kwaaie kater had…

Kantoormuis

Design was het wel. Maar het daglicht kwam alleen van boven. Over de planten en de zetels was diep en duur nagedacht, maar een vuilnisbak naast je tafel mocht niet. “Je” tafel klopt trouwens niet, de werkplekken hingen samen met de functies, en dus kon je een week hier en een week daar terechtkomen. Al dan niet tussen de rommel die iemand anders-zonder-bureau daar had achtergelaten. Al na heel erg korte tijd werd de eerste muis gesignaleerd. De natuur wint altijd.

De meerderheid hokt samen

70% van de Amerikaanse werknemers klopt zijn uren in zijn ‘open-plan-office’, en dat zal in Europa wel niet anders zijn. De onzalige bedenker daarvan zou 24/7 in zo’n ruimte moeten doorbrengen, vind ik, eten, slapen en kakken inbegrepen. Een ‘kantoortuin’ heet het mooi, een ‘landschapsbureau’. Nooit zijn woorden als landschap en tuin zo verkracht, als ik dat vasttapijt en laminaat overschouw. Eveneens in Amerika keren bedrijven al op hun stappen terug. Daar wordt gewerkt met flexibele, variabele kantoren. Alles komt terug.

Een eigen hoek

Virginia Woolf hield (bijna honderd jaar geleden!) al een pleidooi voor “a room of one’s own”, een eigen plekje om na te denken, te schrijven, te lezen, je te concentreren. Dat hebben we overboord gegooid, op kantoor, maar ook thuis. De ‘open living’, waar is dat goed voor, als de ene tv wil kijken en de andere lezen of praten? Was het systeem keuken/eetkamer/salon/bureau niet beter?

Introverte mensen (wat niet hetzelfde is als asociaal) hebben volgens Susan Cain een ‘herstelplek’ nodig, om de batterijen op te laden, en stil en geconcentreerd hun werk te doen. Omdat mijn herstelplek op den duur alleen nog de WC was, ben ik vertrokken uit dat megakantoor. Ik ben blij in mijn kleinere werkruimte, met vier muren en een deur en zonder een spoor van design. Ik werk er met een handvol collega’s. Wie langdurig wil kletsen of bellen gaat even de gang op. Ik heb een eigen tafel met een stapel boeken en een voorraad thee. En een eigen vuilnisbak. I’ve made it.

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Leven en dood

16 / 03 / 2012

Stilte

‘Er zijn geen woorden voor.’

En dus liet Man Bijt Hond kunstwerken spreken over leed, verdriet en pijn. De gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz, op het Duitse kerkhof van Vladslo, rouwend om hun gesneuvelde zoon. Een dag eerder toonde datzelfde Man Bijt Hond (wat zal ik dat programma missen) hoe krachtig stilte kan zijn. Schoolkinderen die even stil-staan op de speelplaats, zwijgend, hoe abnormaal. Samen zwijgen schept een heel sterke band tussen mensen. Dat mag voor mij best vaker gebeuren.

Voor iets waar geen woorden voor zijn, is er toch weer veel gesproken en geschreven de laatste dagen.

Lawijt

De dag na het ongeluk dolden er vijf jonge veulens door onze tuin, tussen drie en dertien jaar, op de fiets en de trampoline en met ballen in alle maten. De eerste lentebuitenspeelwoensdagnamiddag. Ze konden wat mij betreft niet genoeg kabaal maken, de wereld duidelijk maken dat ze leven, hier en nu en luid en zorgeloos. Ik vergat op slag alle huiselijke akkefietjes over hun onverzadigbare kinderwensen van alledag: mogen we sap/koekjes/ijs/dessert/chips/tv/pc/nieuwejeans?

Het waren net zulke uitgelaten veulens daar in de Alpen. Het is mooi – tussen alle lelijkheid- en het is troostend –tussen alle verdriet- dat hun klokje is stilgevallen na zo’n week samen in de berglucht, in good spirits.

Sneeuwklassen

Ik heb nog altijd gemengde gevoelens bij die sneeuwklassen. Zo’n week is gewoon te duur, om te beginnen, en toch organiseert zelfs de multiculturele stadsschool van mijn kroost elk jaar een week Oostenrijk. Je kunt er al voor sparen van in de eerste kleuterklas. En dan dat heen en weer sjezen, ’s nachts over de autoweg vlammen in een bus. Ik beken, toen ik mijn zoon twee jaar geleden uitwuifde, probeerde ik in te schatten of de chauffeurs wel frisgewassen en uitgeslapen waren.

Wat moet je? Het is binnen de schooltijd, natuurlijk willen ze mee, en dus gaat mama rare dingen kopen: skibril, skibroek, sneeuwlaarzen, warm ondergoed. Ik was blij toen ze terug waren. Maar op slag verdwenen mijn reserves toen ik die gastjes overlopend van geluk zag, vol sterke verhalen.

De school is het hart

In twee zesde klassen blijven er nu vele lessenaars leeg. Dat snijdt diep in het strakke weefsel van een school. Dat laatste jaar lager onderwijs is iets speciaals! Je bent à l’aise, de grootste van de school, op de drempel van ‘iets anders’, en gelukkig weet je nog niet wat. Je hangt voor het laatst samen, want na de zesde klas gebeurt de Grote Verdeling in types en richtingen en netten en voor je ’t beseft zie je die Emma nooit meer terug. Het verbaast me niets dat deze ramp het hele land beroert. Het bewijst hoezeer de school het hart is van de samenleving.

Tegengif

De dag na het ongeluk was er één klein ander berichtje in het nieuws. Een ontzettend hoopgevend. In Den Haag is de Congolese warlord Thomas Lubanga schuldig bevonden, het eerste verdict van het Internationaal Strafhof. Lubanga was een ronselaar van kindsoldaten.

En op dezelfde dag na het ongeluk hield ik de jongste telg van mijn familie in de armen. Een kakelvers mensenkind met nog troebele oogjes en het gerimpelde nekvel van een pasgeboren oudje. Een prachtig meisje, ter wereld gekomen in het rijke België en nu al zeker van een goeie scholing, gezondheidszorg, oude dag en wie weet vele skivakanties. Drie kilo belofte.

Zo draait het wiel, altijd opnieuw. Media vita in morte sumus. Midden in het leven staan wij in de dood. Dat valt niet te beheersen en te controleren. Dat kun je alleen maar radicaal aanvaarden.

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Rij je dik, heb je vrienden

05 / 03 / 2012


Zingt jubilate! Ministers rijden zuiniger, bedrijfswagens krimpen en de algemene autoverkoop is (tijdelijk?) aan het zakken. Ik blij.

Meneer Leaseplan was ongelukkig en ik zag op tv ook een dealer op zijn onderlip bijten in zijn toonzaal met veel te grote, tankachtige vehikels. Marchandise die hij niet meer aan de straatstenen zou kwijtraken. Wat moet ik daarmee aanvangen, zag je hem denken, ik kan ze toch niet in brand steken?

Leaseparadijs aan de Noordzee

België rijdt al veel te lang veel te dik. Nergens in Europa, nergens in de wereld staan er zoveel –grote- bedrijfswagens in de file. Nergens wordt dat begrip ook zo ruim gedefinieerd. Een firmawagen, dat is sensu stricto een instrument voor iemand die zich vaak, ver of dichtbij, moet verplaatsen voor zijn/haar werk. Een verkoper (of met dat mooie oudere woord een handelsreiziger), een slotenmaker, een dokter op huisbezoek. Het is niet het ding waarmee je van je huis naar je werk rijdt, waar het dan de hele dag parkeerplaats inneemt om des avonds de terugweg te aanvaarden. En waarmee je thuis ook je eigen commissies mag doen. Dat is geen bedrijfswagen. Dat is -minder belast- loon op vier vielen.

Nergens in Europa, nergens in de wereld was de overheid zo oliedom en kortzichtig om dat systeem zo te perfectioneren dat het uit de hand liep. Het is slecht voor het klimaat, het blokkeert elke uitweg uit de file, en het is aartsmoeilijk af te schaffen want iedereen profiteert ervan. Welke oen zegt er nu nee tegen extra loon?

Bedrijfswagen? Nee bedankt.

Euh. Ik heb nooit vanzeleven een bedrijfswagen aangeboden gekregen, maar ik weet wat mijn antwoord zou zijn: voor mij graag iets anders. Of anders … niets. Ja, zo oliedom en kortzichtig ben ik. Ik ben eens beginnen discussiëren met een VRT-collega met meer BV-appeal dan ik die wél een auto kreeg en binnen een bepaalde –veel te hoge- prijsklasse moest kiezen.

Het was bij hem nog niet opgekomen dat er goedkopere auto’s van de band rollen… En dat je ook nee kunt zeggen. Hoe verblind kun je zijn door dat strak design, blinkend chroom en die fallus van een versnellingspook. De enige firmawagen in mijn buurt was ooit de rammelende R4 van mijn vaders uitgeverij, maar die diende om boeken te verstouwen.

Dik, dikker, dikst

Vergelijken we eens met Nederland. In absolute cijfers tuffen er daar minder bedrijfswagens rond (in een land met een veel grotere bevolking). En bovendien: de gemiddelde firmawagen is daar twee types kleiner dan bij ons. Het is dus niet alleen mijn perceptie, vanuit mijn kleine rooie Skoda, dat ik wel erg veel joekels zie, in een oogverblindend kleurenpalet van licht- tot donkergrijs. Ik heb het uit goede bron: in de provincie Antwerpen zouden er per capita meer BMW’s rijden dan in de bakermat Beieren, toch niet meteen de armste Duitse deelstaat. Wij rijden veel en veel te dik.

Maar er hangt dus verandering in de lucht, dankzij wat gemorrel aan de regels over de bedrijfswagens doen nu zelfs de ministers minder exuberant. Elio Di Rupo zakt van A8 naar A6. Allez vooruit Elio, op naar de A1, want die wordt in Vorst gebouwd! Ook de andere excellenties zijn aan het downsizen, behalve Pieter Decrem, maar die droomt op defensie natuurlijk van een gepersonaliseerde Unimog of Humvee. In afwachting is het een VW Touareg. Aalter ligt dan ook erg afgelegen, zo in de Sahel.

De 3% topluxewagens gaan verdwijnen uit het leasegamma. Dat zijn bakken van 80.000 euro, lees ik in de krant. Meer dan vijf keer zo duur als de auto die hier een familie van vier bedient. Moet een samenleving dat soort excessen ‘rubberstampen’ in het systeem van de fiscaal aantrekkelijke bedrijfswagen? En het kan wel zijn dat de CO2-uitstoot wel meevalt, maar wat met fijn dieselstof en het loutere verbruik?

Niets is vanzelfsprekend

We zijn op weg naar kleinere, zuinigere en hopelijk ook minder bedrijfswagens. Ik blij, ik zei het al. Er zijn massa’s alternatieven. Pak een blad papier en noteer een maand lang je verplaatsingen. Heb je die tweede auto echt nodig? Kun je één en ander beter plannen, de fiets of de bus of de trein nemen, meerijden en carpoolen? Eventueel autodelen? Of als het concert dan toch te laat gedaan is, een taxi nemen of ergens blijven slapen?

Laten we nadenken over elke verplaatsing, we waren nog nooit zo mobiel en dat heeft z’n prijs. Die we niet moeten verdonkeremanen door bedrijfswagens als vanzelfsprekend te beschouwen. Want dat zijn ze niet.

Kristien Bonneure werkt voor www.cobra.be, de cultuurwebsite van de VRT

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod